Eerlijk is eerlijk; met mijn euro-inkomen kan ik mezelf tijdens deze vakantie vaker dan ikzelf zou willen op allerlei delicatessen trakteren. Zo’n supergerecht kost per persoon 45 SRD, dat is 12,30 euro.
De dag van de kaaiman stond geheel in het teken van beesten. Het begon al bij oma die vroeg of ik wilde kijken naar een sterappel die we van de plantage hadden meegenomen. “Dit kleine witte ding, is dat een wurmpje?”, vroeg ze, ik zag dat het bewoog en ik zei:” ja, dat is inderdaad een wurmpje”. Oma lacht erom, en heeft geen problemen om de wurm met opzet of per ongeluk op te eten. M’n tante Helen daarentegen liep luid mopperend en met kippenvel weg; zij kan niet tegen wurmen, rupsen en alles wat zich op die manier voortbeweegt. Later ging ik met Chris naar zijn dagelijkse hang-out plaats, de stal-Norbert manege, daar heeft hij, toen hij nog in Suriname woonde, veel paard gereden, tijdens de vakantie rijdt hij nog af en toe. We zouden even ervandaan bij schemering gaan kijken hoe de vogels terugkeren naar hun broedplaats. Het was een prachtig gezicht en onderweg waren er ook allerlei vogeltjes in het gras die gezellig voor ons uitliepen of meevlogen. De optische zoom van mijn camera was jammer genoeg niet sterk genoeg om de vogels op het eiland te fotograferen, maar het was wel bijzonder om te zien en horen hoeveel vogels zich daar bij schemering verzamelden. We vonden ook sporen op de weg en vroegen ons af of het van een tijger kon zijn, twijfelachtig, dus in ieder geval maar even een paar foto’s gemaakt. Later kon de managehouder Tony ons vertellen dat het de sporen en uitwerpselen van de capibara (waterzwijn, grootste knaagdier), zijn. Deze komt wel eens met regenachtig weer uit het water. Op de manage hebben we met Jessica, Andrew, en een jonge ruiter die daar was nog uitvoerig gepraat over allerlei soorten beesten die door Surinamers worden gegeten; van knaagdier tot rund. Volgens de jonge ruiter, wiens vader een slachthuis heeft, zijn de waterkoeien uit mijn vorige blog, geen watrakows, maar karbouws (waterbuffels). Ik kan het echt niet goed meer volgen met al die runderen hier, ik ga het nog eens uitvoerig uitzoeken; misschien helpt dit mij uiteindelijk bij het vraagstuk waarom rundvlees hier toch zo enorm taai en pezig is.
Op de foto’s: de springbak van Stal-Norbert; merrie en veulen op stal; het broedeiland (2x); sporen en uitwerpselen van de kapibara.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten